Litereet 1: Zeeverhalen

Zeeverhalen – J.M.A. Biesheuvel (1985)

Maarten Biesheuvel vertelt het allerliefst zeeverhalen. Hij heeft altijd al zeeverhalen geschreven en ik verslond deze al toen ik mijn literaire smaak nog moest gaan ontwikkelen, ik was een jaar of zeventien. Hoewel zijn landrot-verhalen ook zeer de moeite waard zijn vestig ik nu je aandacht op zijn zeeverhalen, aangespoord door de schrijver zélf.

Voor het begin van de verhalenbundel lees je: ‘voor EVA’, dat was de vrouw van Maarten – een heel erg lieve, zorgzame vrouw als je het mij vraagt. Ze is overleden. Lees hier meer over Maarten en Eva in het artikel van Trouw (link): https://www.trouw.nl/home/eva-biesheuvel-1938-2018-was-de-vaste-grond-onder-de-voeten-van-haar-man-maarten~a21fd486/

Maarten Biesheuvel schrijft humoristisch en gebruikt grappige exclamaties zoals ‘Drommels!’ en ‘Donders!’ Sommige titels zijn zeer intrigerend, zoals ‘Moby God’ en ‘Brommer op zee’. Het laatste verhaal gebruik ik regelmatig om literaire begrippen te verduidelijken bij het onderdeel verhaalanalyse tijdens de les Nederlands. Mijn leerlingen vinden het meestal in eerste instantie een merkwaardig verhaal. Een brommer, die over het water rijdt, hoe is dat nu in hemelsnaam mogelijk? Veel scholieren lijken ongeïnteresseerd in Jezus, van wie de christenen beweren, dat Hij over water kon lopen… laat staan dat zij te porren zouden zijn voor een brommer op zee. Toch is het een erg leuk verhaal. Het is grappig en gek en je kunt er een diepere betekenis in lezen.

Nadat je je eventueel over die eigenaardige titel hebt heen gezet begint het verhaal midden in de handeling. Je maakt direct kennis met Isaäc, die al uren op een achterdek van een schip verblijft. Nu moet ik meteen denken aan een andere tekst, die hier naar mijn gevoel mee te maken heeft:

Voorbij de laatste stad

Isaäc symboliseert voor mij het verlangen om op reis te gaan en dan vérder te reizen dan in werkelijkheid mogelijk is. Ook symboliseert dit personage wat mij betreft de buitenstaander, of abstracter geformuleerd: eenzaamheid. Ik associeer het beeld van het personage op het achterdek met dit gedicht van Gerrit Achterberg:

Aan het roer dien avond stond het hart
en scheepte maan en bossen bij zich in
en zeilend over spiegeling
van al wat geleden had
voer ik met wind en schemering
om boeg en tuig voorbij de laatste stad.

Een thema dat Achterberg in vrijwel elk gedicht verwoordt is de vereniging tussen ‘ik’ en ‘het ander’, ook wel gerepresenteerd in het formele ‘gij’. Misschien spreekt de dichter hiermee God aan, wellicht spreekt hij tot een geliefde. Als je denkt aan andere (literaire) teksten, terwijl je een verhaal of een gedicht leest, dan ontdek je, dat je als het ware een spoor kunt trekken door Literatuurland. Jij denkt misschien wel meteen aan de poëzie van de dichter Hemingway en een andere lezer denkt weer aan een totaal andere tekst (op Litereet gaat het echter vooral over de Nederlandstalige literatuur). Het gedicht hieronder verwoordt ook de eenzaamheid die ik in het personage Isaäc bemerk:

Wooningloze

Alleen in mijn gedichten kan ik wonen,
Nooit vond ik ergens anders onderdak;
Voor de eigen haard gevoelde ik nooit een zwak,
Een tent werd door den stormwind meegenomen.

Alleen in mijn gedichten kan ik wonen,
Zoolang ik weet dat ik in wildernis,
In steppen, stad en woud dat onderkomen
Kan vinden, deert mij geen bekommernis.

Het zal lang duren, maar de tijd zal komen
Dat vóór den nacht mij de oude kracht ontbreekt
En tevergeefs om zachte woorden smeekt,
Waarmee ‘k weleer kon bouwen en de aarde
Mij bergen moet en ik mij neerbuig naar de
Plek waar mijn graf in ’t donker openbreekt

Dit gedicht is van J. Slauerhoff (1898 – 1936). Hij is een van de beroemdste Nederlandse dichters uit het begin van de twintigste eeuw en zijn poëzie wordt nog altijd gelezen. Voor je het weet verdwaal je tijdens het trekken van dit soort sporen, maar wat ik je wil meegeven is dat literatuur uiteindelijk wordt wat je er zélf in leest.

Isaäc is een Bijbelse naam https://visie.eo.nl/bijbelse-namen/isaak/ Hij is een brildrager, net als de schrijver en zijn karakter is niet ‘round’ maar ‘flat’. Hij verandert niet of nauwelijks gedurende het verhaal. Hij is een ketelbink en bediende, die in het verhaal wordt uitgescholden en uitgelachen door de rest van de bemanning. Als hij een brommer over het water ziet rijden dan wil je daar als lezer heel graag meer over te weten komen. Zo maakt Maarten Biesheuvel ons nieuwsgierig.

Het vertelperspectief lijkt aanvankelijk personaal, verteld vanuit Isaäc, maar aan het einde blijkt dat er een ‘alwetende verteller aan het woord is geweest in Brommer op zee. Het thema is eenzaamheid, of eeuwig verlangen. Een concreet motief is de zee en abstracte motieven zijn het christelijk geloof en het zoeken naar een verklaring voor een ongelooflijke gebeurtenis… die duidelijk wordt beïnvloed door Isaäcs’ waarneming daarvan. Aan de woorden ‘de volgende dag’ kun je zelf wel uitrekenen over hoeveel tijd er wordt verteld in dit verhaal. De stijl van Biesheuvel is onderhoudend en levendig. Dit komt niet alleen door de absurde dialogen, die Isaäc met de bestuurder van de brommer voert, maar ook door het woordgebruik, wat ik al eerder aanhaalde.

De andere zeeverhalen zijn ook zeer de moeite waard, maar die zal ik niet verklappen (spoilen, zouden mijn leerlingen beschuldigend roepen). Maarten Biesheuvel was voor mij een van de favoriete auteurs uit mijn jonge jaren, maar hij zal voor altijd mijn schrijvende zeeheld zijn. Tijden terug, in de jaren tachtig, las ik over Maartens’ alter ego, die in zijn kooi voor anker lag bij ‘Kaap Kont’… naast zijn beminde Eva en daarom besluit ik hartelijk en welgemeend met een dikke vette reet.

PZC artikel van Erik de Bruin (39), biograaf

over Maarten Biesheuvel:

Een mooi artikel in de PZC van zaterdag 25 mei 2019
van biograaf Erik de Bruin over ‘Bies’:
foto’s PZC boven.