A – Afkortingen

Er was eens een schoolreisje.

Het is na middernacht en je leest hier een blad uit mijn dagboek. Je weet immers, dat ik op een school werk. Mensen die op scholen werken, die werken nu eenmaal regelmatig tot na middernacht, simpelweg om hun werk af te krijgen: correctiewerk met deadlines, dat soort corvee.

Mijn leerlingen zijn schatten van kinderen: stuk voor stuk verschillende, boeiende en intelligente  persoonlijkheden.  Allerlei volwassenen hebben in de loop van hun basisschoolverleden de meest uiteenlopende stickers op hun pukkelige puberhoofdjes proberen te plakken.

Ik heb het over etiketjes met fascinerende afkortingen zoals ADHD, ADD, PDDNOS, NLD, DYSL., DYSC., BORDERL., SCHIZ., REC1, 2, 3 en 4…  Mijn leerlingen hebben hier echter niet zoveel boodschap aan. En ik ook niet, eerlijk gezegd. Het is best mogelijk, dat ik zelf ook wel eens last heb van (meerdere combinaties van) al die afkortingen.

Serieus – ik ken mijn beperkingen en mijn mogelijkheden en mijn leerlingen weten die ook heus wel, we begrijpen elkaar prima wat dat betreft en we zijn een goede match, mijn klas en ik. Als we dus samen in de bus op schoolreisje moeten en dertien van de zevenentwintig moeten hun medicijnen nemen, dan wil ik daar best even toezicht op houden… geen probleem. Ik denk, dat ik zelf ook maar wat kalmeringspilletjes neem als het zover is. Waarschijnlijk is er voorraad genoeg in de bus die dag. 

De ouders van die leerlingen zijn voornamelijk ook schatten van mensen… ze hebben echter wel verbijsterende verwachtingen van juffen en meesters… Zo kreeg ik gisteren een mail met het dringende verzoek, of ik wel samen met Gijs mee in de attracties van het binnenkort te bezoeken pretpark zou willen gaan, want anders krijgt hij een angst- of woedeaanval. Het lezen van de mail bezorgde mij echter al hyperventilatie, laat staan dat ik naast Gijs zou moeten plaatsnemen in de Sledgehammer of de Typhoon.

Het zijn drukke tijden in deze laatste schoolweken. Als leraar, als ouder en als kind kun je je daar eigenlijk niet mentaal tegen wapenen. Het is simpelweg niet te doen, je moet die laatste hoos van activiteiten maar gewoon mee maken, er zit niets anders op. Na het schoolreisje zijn er namelijk ook nog vele rapportenbesprekingen.

Ook zijn er Dramaworkshops, met bovenbouwers, die moeten worden uitgevoerd, waarvan ik het idee, dat ik met die naar vakantie hunkerende types in strandkleding, met behaarde blote onderbenen en zweterige korte hemdjes met spaghettibandjes samen drie uur verplicht in een gymzaal moet doorbrengen al dramatisch genoeg vind. Er zijn sportdagen, toneelavonden, excursies en rapportenuitreikingen, vergaderingen, overleg en er is zelfs nog een symposium voor passend onderwijs georganiseerd, in die allerlaatste schoolweek.

Het goede nieuws wat ‘schoolzaken’ betreft is dat mijn eigen twee lieve dropjes waarschijnlijk allebei over zijn naar het volgende leerjaar en dat is best een enorme opluchting. Heus, ik kan me voorstellen hoe het voelt, als het een keer niet lukt.

De laatste schoolweken zijn emotionele tijden met veel afscheid – van collega’s en van leerlingen, met diploma’s in de kerk en grote jongens, die je omhelzen en enthousiast klapzoenen, terwijl ze je zes jaar lang hoofdpijn hebben bezorgd. Het gaat een mens niet in de koude kleren zitten.

Sorry, mevrouw, dat we je toen en toen hebben natgespoten, dat we in je koffie hebben gespuugd en dat we je sleutels hebben gejat, maar we houden wel van u en we hebben het geweldig gehad – dat soort teksten hoor je dan in deze dagen.

De laatste zestig toetsen zijn zojuist nagekeken. Meneer T. is al lang naar boven vertrokken en ook de kinderen liggen vredig te slapen, ze zijn gesloopt door logeerpartijtjes, voetbalfeestjes en verjaardagsdrukte.  Buiten is de was is weer zeiknat geworden van het zoveelste regenbuitje. De katten geeuwen chagrijnig. Ze zijn pontificaal bovenop de zestig toetsen gaan liggen en als ze zouden kunnen praten, dan zouden ze vast en zeker vragen, wanneer ik eindelijk eens dacht op te rotten, omdat het tijd is te gaan slapen. Die was laat ik vannacht maar buiten hangen denk ik.

Straks moet ik dus dertien doosjes Ritalin, Anti-Explosiespul, Primatour en Paracetamol in de gaten houden en moet ik erop toezien, dat er niemand aangevallen wordt door licht ontvlambare klasgenootjes, dat er geen spullen kwijt raken of spullen worden vernield, dat er geen ouders boos of teleurgesteld raken en dat we het voor alles met al die grappenmakers leuk & gezellig hebben,

Mijn brein werkt als een rebelse fabriek…zal ik eraan ontkomen met Gijs in de Wild Water Slide of in de Dream Catcher te stappen? Ik heb er nu al buikpijn van. Mijn leven is vol afkortingen! Als ik straks in mijn REM-slaap per ongeluk iemand verwond door maaiende ledematen, veroorzaakt door al te hevige PGO-golven en EEG-activiteit, dan gebeurt dat zeker weten in een of andere scherpe bocht boven de afgrond van een van mijn nachtmerries, ondersteboven, met een vaartje van 140 kilometer per uur. 

Schoolreisjesangst, bestaat daar ook een afkorting voor?