D – Deur

Er was eens een verhaal van opa Ties.

Laatst had Opa een vreemde droom, over een deur nota bene. Wat zegt dat over een mens? Mijn dochter  zegt, dat ik raar droom, omdat ik teveel drink. En dan heb ik ’t bepaald niet over kraanwater, maar Jonge Klare. Nou, dat bepaal ik dus zelf wel, daar heb ik mijn brave oppassende kindertjes niet bij nodig. Die kindertjes zijn overigens veertigers met serieuze banen en lieve kleinkinderen die sneller groot worden dan al het gras tussen de tuintegels. Laatst kwam er weer eentje langs, met een potroosje nota bene… ik zei, wat leuk, een potroosje… dan blijf je zeker maar weer een rotpoosje…  Ze hebben het allemaal druk he. Begrijp ik best hoor. Maar die droom, daar zal Opa Ties jou een klein stukje van vertellen, vin je dat leuk? 

Met de een verschroeiende rotklap liep Opa tegen de Hemelpoort… in die droom dus he, dat snap je. Het gaaspatroon stond nu voor altijd op mijn smoelwerk geprint, zodat ik voor eeuwig en altijd als een wafelkop rond moest dwalen. Normaal staat-ie toch altijd open? Behalve nu. Ik heb iets met deuren. Haha, die Ties! bulderde Petrus van de slappe lach. Ik lach me een krul in mij lul, nee jongen, jij moet die draaideur daar links hebben… Tegenspreken was onmogelijk, ik kon slechts dierlijke klanken voortbrengen. Let goed op de aanwijzingen, veel succes, zei Petrus. De eeuwige portier loste gelijk op in nevelen, die naar whisky roken. De draaideur leek verdacht veel op die van het ziekenhuis. Niet duwen, dat zei de Sticker. Als je dat toch doet staat-ie namelijk stil.

Eigenwijs als ik ben, deed ik dat natuurlijk toch. Opa is een anarchist. Je weet toch wat dat betekent? Ik bepaal zelf wel welke deur en dergelijke…en ik had best wel haast en ik moest zogezegd mijn deurtje klaar hebben voor ’t eten. Dat gaf een hilarisch effect: de draaideur begon met draaiorgelmuziek als een slagroommixer rond te draaien. Op het hoogtepunt werd ik er met een hemelse boog uitgeslingerd en belandde in een grote bak dampende stront. De Hel, dus… concludeerde ik, wel een beetje teleurgesteld… ik had vroeger mijn versjes op zondagschool zo goed geleerd!! 

Maar het bleek mee te vallen, het was ten slotte wel mijn droom he… In de bak zag ik oude dienstmaten met een pilsje in de hand gezellig oude belevenissen ophalen, met dampende Stonesmuziek. Die ken je misschien niet, de Stones… want dat is echt muziek uit Opa’s tijd. Opa draaide zijn elpeetjes vaak knoerend hard en vaak kwamen de kindertjes dan zeuren, omdat ze zogenaamd wiskundesommen wilden maken, of andere flauwekul. Welkom, Ties, riepen m’n maten. Het was best te doen, eigenlijk. Niet zo golven, Ties. Ik hou wel van een warm bad. En de zware damp rook vertrouwd, minstens 40%.

Net toen ik een slok wilde nemen kwam die klootzak van een Bordewijk, sergeant der Mariniers met de bloedrode streep op zijn broekspijpen en hoorntjes op zijn pet. Ik herkende hem uit mijn marinetijd. Ja, Opa Ties heeft meer dan tien jaar bij de marine gezeten, daarom kan hij zo goed een blauwe hap maken, die eet ik nog altijd elke woensdag. Bordewijk riep: Einde pauze, iedereen gaat weer normaal op zijn kop staan, klerelijers! 

Op dat moment kwam Opa weer bij, gelukkig maar. Ik moest enkele seconden buiten westen zijn geweest. Ik wilde het boutje oprapen, dat ik had laten vallen bij het monteren van het deurtje van het keukenkastje dat ik open had laten staan en toen, dus, ja, enfin, enzovoorts. Het is je duidelijk, daarom heeft Opa nu een bult en een geschaafde neus.

Het deurtje ligt drie kilometer verder in de keuken… ik ruim het nog wel een keertje op hoor. Nee, de deur en ik, wij zijn géén vriendjes! En zal ik jou nog een klein geheimpje verklappen, niet verder vertellen hoor, maar Opa zet – heel soms –  in de vensterbank een lekkere borrel voor onze lieve Heer klaar, precies daar, naast het potroosje, want daar waar er een deur sluit, daar zet God ergens weer een raam open.