Docentencolumns (2019 – heden)

Docentencolumns – samenwerking met Cora Zon, Docente scheikunde en auteur van twee romans: Bericht uit Palermo (2009) en Italiaanse scherven (2011).

Docentencolumns is als schrijfproject gestart in april 2019. We schrijven elkaar columns (400 woorden), waarbij we steeds kiezen voor een ander onderwerp, wat we bekijken vanuit onze onderwijspraktijk. Hieronder vind je alvast een bijdrage van An Tonia, een preview speciaal voor jou:

Zwak of sterk?  

“De zachte krachten zullen zeker winnen in ’t eind”

Als docente Nederlands gebruik ik regelmatig poëzie om moeilijke dingen uit te leggen. Zo spreken de woorden van essayist en sociaal-democraat Henriëtte Roland Holst (1869-1952)  over zachte krachten, van Liefde en van ontwapenende kwetsbaarheid. Deze krachten lijken zwak, maar uiteindelijk zullen juist deze krachten heersen, als je er maar in gelooft en als je er maar bij bedenkt, dat mensen en dingen niet alleen maar zwak of sterk zijn. Ze zijn het meestal allebei tegelijk, ook al is dat niet direct zichtbaar en ook al lijkt dat paradoxaal. Het is eigenlijk heel erg logisch.

Ook windkracht kan sterk of zwak zijn. Deze zin schreef ik vorige week nog op het bord: “Gisteren waaide het zo hard, ze woei bijna met haar fiets van de brug af”. Ik vroeg aan de tweedeklassers: “Welke werkwoordsvorm in de verleden tijd is juist: waaide of woei?” De leerlingen riepen verschillende antwoorden: “Waaide is goed”, “Woei is raar” en “Klopt allebei niet!”

Waaien is van oorsprong een sterk werkwoord, wat wil zeggen, dat in de verleden tijd de klinker van de stam verandert. Beide vormen zijn juist, er wordt alleen steeds vaker waaide gezegd dan woei. De sterke vormen verdwijnen in een langzaam proces uit het Nederlands en dit proces is al eeuwen aan de gang, dat is niets nieuws. De zwakke werkwoorden blijven – althans voorlopig – in gebruik.

Het verschil tussen sterke en zwakke werkwoorden in het vak Nederlands is net zo eenvoudig uit te leggen als het verschil tussen sterke en zwakke zuren bij scheikunde. Het belangrijkste verschil is immers, dat sterke zuren in water volledig gesplitst worden en zwakke zuren een evenwicht vormen met water. Met een plaatje erbij lijkt dat meteen duidelijker voor leerlingen, denk ik.

Het is heel goed mogelijk, dat deze bewering het ene oor in woei en het andere oor weer uit. Bovendien, als iemand wil weten of een zuur sterk of zwak is, dan kan die toch ook gewoon in een tabel in het Binas-boek kijken? Dat is zeker aanbevelenswaardig. Raadpleeg naast je gezond verstand vooral je Binas, je Van Dale, je Google (én je ouders… en je leraren).

Hoe wij de wereld ook proberen uit te leggen aan elkaar, de werkelijke antwoorden worden alleen gevonden, als er essentiële vragen bestaan bij leerlingen en collega’s. Mijn visie op onderwijs ankert in strijd voor zachte krachten.