J – Juichpak

Er was eens een nieuw woord.

Taal is in beweging, dankzij nieuwe betekenissen en nieuwe volgordes. Na het WK vrouwenvoetbal van 2019 zit niemand nog te wachten op een juichpak. Ik wil hier graag respect tonen aan ‘onze’ voetbalvrouwen. Waar het om gaat is een term voor zo’n comfortabel oranje huispak. Het is inmiddels een onfortuinlijke pyjama geworden en dat heeft verder totaal niets te maken met voetbal.

Het oranje huispak van de heer Donders heeft jaren geleden gezorgd voor een smaakvolle aanvulling in ons vocabulaire: juichpak, met een zachte G welteverstaan. Het woord juichpak werd in 2014 verkozen tot het woord van de maand mei, zo was destijds te lezen op een FaceBookpagina van Van Dale Uitgevers.  

Vanuit psychologisch en lexicaal standpunt leek niets de sterrenstatus van het oranje huispak in de weg te staan: juichen wordt immers doorgaans ervaren als een uiterst positieve bezigheid en de J van Juichpak verwijst met een aan genialiteit grenzend gevoel voor reclame naar de bekende supermarktketen, die tegen alles en iedereen lukraak ‘hallo’ roept. 

Verder leek ‘juichpak’ een optimaal functioneel woord, het verwijst evident naar een ‘huispak waarin men dient te juichen’. Alles klopte perfect.

Commercieel gezien kun je heel misschien nog wel wat vraagtekens zetten bij de acties die worden genomen rondom het juichpak van onze stylist van het Zuiden, aangezien we heus niet en masse onze boodschapjes zullen gaan halen bij Jumbo. Mensen zijn gewoontedieren, ondanks de verleidelijke lokroep van oranje pyjama’s. 

Elk WK en EK proberen verschillende bedrijven een uniek WK- of EK- artikel te maken. Jumbo deed dit met het juichpak van Donders. Heineken probeerde het met een Sambashirt en verschillende bedrijven produceerden oranje WK-jurkjes voor dames, dat deed Bavaria ook in 2010. Omdat de jurkjes werden verboden kreeg Bavaria veel extra publiciteit. De vuvuzela, de wuppie en het brulshirt zijn ook goede voorbeelden van gewilde oranje voetbalartikelen.

Toch vraag ik me af, hoeveel mensen er zijn die eigenlijk liever nog niet dood gevonden zouden willen worden in een dergelijk oranje kostuum, zo’n juichpak.

Andere woorden van die maand mei waren onder andere bikinivisie – huh ? – kamelenhoest (een besmettelijke, ernstige longziekte die wordt veroorzaakt door hoestende kamelen) en lokschaap (een nieuw middel tegen teken). Het laatste woord – lokschaap –  associeer ik met het kofschip. 

’t Kofschip moet tegenwoordig namelijk sexy fokschaap heten, vanwege de letter x in woorden zoals het woord faxen. In de verleden tijd dien je namelijk ‘te(n)’ achter de stam van het werkwoord te plaatsen, omdat de x in ’t sexy fokschaap staat. In de verleden tijd wordt het dus: we faxten de score: 5 – 1 … Faxen is echter in korte tijd een ouderwets werkwoord geworden. Sommige woorden gaan nu eenmaal niet lang mee. C’est la vie. Dat geldt denk ik ook voor het juichpak.

Afgezien van dit alles hoop ik, dat ‘onze’ leeuwinnen trots de strijd zullen hervatten! Dat heeft verder niets te maken met juichpakken of andere commerciële uitvindingen. Ik vind die dames echt geweldig! Ze verdienen het zeer om toegejuicht te worden door het volk des vaderlands.

Zoals u weet is de verleden tijd van juichen: juichten, met ‘te(n)’ achter de stam in de verleden tijd… Nederland was er schor van, we juichten destijds voor de Rode Duivels – dat kunt u zich misschien niet meer herinneren, of u heeft het verdrongen wellicht, maar het was wél zo! Het is een zeer vreugdevol gegeven, dat we de afgelopen weken mochten juichen voor de oranje leeuwinnen.

We dienen uiteraard zien te vermijden elkaar in het gezicht te hoesten als kamelen en verder moeten we nog maar even heerlijk met z’n allen genieten van onze visie op onze boerka’s en bikini’s, al of niet afgewisseld met een lekker afgedragen vaalgewassen juichpak.

Of heeft u hem reeds naar het Leger des Heils gebracht?

Hup, Holland Hup!

Liefs, An.