Litereet – Jas van Belofte

Jas van belofte – Jan Siebelink (2019)

Een jas van betekenis

Kleren maken de man, die uitdrukking is bekend. Sinds de veelkleurige jas van Jozef weten we al, dat de jas, of de mantel, een bepaalde symboliek met zich meedraagt. De recycle-profetenjas van Elisa, het purperen kleed van Jezus en de mantel der Liefde zijn natuurlijk beroemde ‘jassen’ van betekenis, maar in het algemeen dient een jas simpelweg tegen de kou, als bescherming. Als ik de titel Jas van belofte lees, dan zie ik daar een perspectief voor de toekomst in, iets moois, iets positiefs. Als je iets belooft betekent dat meestal iets goeds. 

Woordbetekenissen

In de vorige Litereet ben ik begonnen met een favoriet uit mijn verleden, daarom wil ik nu een recent werkje raten, het versgelezen boekenweekgeschenk van Jan Siebelink. Het werkje lag bovenop het dikke Grand Hotel Europa (een magnifiek boek), van Ilja Pfeiffer, maar dat heb ik nog niet uit. Het kost me best wat moeite om alle zaken die deze schrijver noemt historisch te duiden en ik heb zelfs mijn dikke Van Dale geraadpleegd, omdat ik o.a. de woorden ‘eclatant’ en ‘encomium’ nog niet kende. Lezen vergroot je woordenschat, zelfs op mijn leeftijd nog. In het boekje van Siebelink heb ik maar een woordje Nederlands nagezocht: ‘katafalk’ en natuurlijk al het Latijn waar Siebelink mee flirt.

De moeder de vrouw

Omdat het thema in de boekenweek in maart ‘de moeder de vrouw’ werd gevierd was ik in de veronderstelling, dat het boekenweekgeschenk heel misschien ook wel iets zou zeggen daarover, maar een moeder de vrouw komt in Jas van belofte nauwelijks ter sprake. Schrijvers van boekenweekgeschenken zijn trouwens vrij in hun thema. Jas van belofte gaat niet over de moeder de vrouw, maar over de jas van vader.

Openbaring van Johannes

Het verhaal begint als de hoofdpersoon Arthur Siebrandi aan zijn schrijftafel een tekst uit de Openbaring van Johannes noteert, dat is het laatste Bijbelboek uit het Nieuwe Testament. De lezer begrijpt meteen, dat er een einde nabij is. Arthur probeert zijn vrouw Lisette te roepen, maar op de volgende bladzijde ligt hij al in de ambulance. Je komt te weten, dat hij negenenzeventig jaar is en dat hij een gelovige man is. Hij speculeert over zijn vader, die hij misschien weer zal ontmoeten in het hiernamaals. In de epiloog blaast Arthur zijn laatste adem uit, maar hij wordt troostrijk beweend door een verpleegster, die zijn belangrijkste boek had gelezen. Caroline loopt naar de stoel om zijn jas op te pakken. Dit is het ‘raamwerk’ waarbinnen het verhaal wordt verteld.

De liefde die vriendschap heet 

Dit motto is van Albert Verwey, die een sonnettencyclus schreef voor zijn geliefde vriend Willem Kloos. Zij behoorden tot de kunstenaars die zichzelf de Tachtigers noemden. Motto’s zijn belangrijke leesaanwijzingen. Mensen maken ruzie en speculeren over de aard van de vriendschap tussen Willem Kloos en Albert Verwey en over de relatie van David en Jonathan uit de Bijbel, in 1 Samuel 18 en 2 Samuel 1, wat Arthur Siebrandi ooit verwerkte in een Bijbels drama in zijn jonge jaren. Het personage Lisette zet dit neer als een soort gayklassieker, maar vriendschap is in het algemeen een van de mooiste goddelijke geschenken die wij mensen hebben ontvangen, denk ik. Wat iedereen hier verder nog homo- of hetero-erotisch in wil lezen, dat staat ieder mens vrij wat mij betreft. In Jas van belofte gaat het ook om hechte vriendschappen, van de hoofdpersoon Arthur Siebrandi, met Loet IJzertje en Edwin Wopereis, die naar alle waarschijnlijkheid wel zullen verwijzen naar werkelijk bestaande mensen in de kringen rond Jan Siebelink: respectievelijk Louis Ferron en Rein Bloem. Edwin Wopereis fungeert in het boek als raadgever in de schrijverswereld en Loet IJzertje is een collega-auteur. Deze personages symboliseren ook een link naar de wereldse wereld vol verleidingen.

Een vurige wagen  

De vader van Arthur Siebrandi verdwijnt spoorloos als hij elf jaar is. ‘Jij hebt op je elfde genoeg meegemaakt om een heel leven boeken te schrijven,’ merkt een van de personages dan ook op. Arthur bedenkt, dat zijn pa net zoals de profeet Elia ten hemel is gevaren. In de Bijbel wordt verhaald over een vurige wagen en in Siebelinks verhaal scheurt er een rode Maserati over de Autobahn. Ik vind dat best een humoristische vertaling van een ‘vurige wagen’.  Ook schrijft Siebelink: ‘Vaders achterlicht trok een flakkerende rode streep op het asfalt’, dit is ook een mooie verwijzing naar iets roods en vurigs. In 2 Koningen 12 vind je het verhaal van de jas van belofte in de Bijbel.

Lisette en Caroline

Arthur heeft een liefdesrelatie met Lisette. Samen hebben ze een doodgeboren dochter gehad en het personage Caroline wordt een soort vervangende dochter, ze wordt lid van het gezin en Arthur en Lisette houden veel van haar. Aan het einde van het boekje neemt Caroline als dochter (die inmiddels arts is geworden) de jas op van haar ‘geestelijke’ vader, Arthur die sterft in het ziekenhuis. Tussen de regels door zou je ook kunnen lezen, dat Arthur als docent méér voelt voor zijn leerling Caroline, met wie hij samen een reisje naar Parijs maakt. Caroline wordt beschreven als een ‘prachtig meisje’ en zij heeft daardoor wel enigszins een dubbelrol. Het komt namelijk vaker voor in de boeken van Siebelink dat een oudere leraar een affaire heeft met een jongere leerling, vandaar deze interpretatie.

Siebrandi de superleraar

Arthur Siebrandi is een superleraar, die zijn leerlingen zelfs lesgeeft voor het eerste uur in het lesrooster. Hij is ook geliefd bij de ouders van de leerlingen. De sfeer bij hem in de klas is anders dan bij de rest van de leraren, omdat er een systeem in zijn lessen zit en omdat hij werkelijk aandacht heeft voor de individuele leerprocessen. Hij hoort niet echt bij het lerarencorps en hij heeft mot met de directie. Siebrandi hecht veel waarde aan Bildung, bovendien is hij zeer collegiaal, hij neemt allerlei lessen over van zijn collega’s die voortdurend op werkweek zijn, door Siebelink beschreven als ‘lesvlieders’, een schitterend woord, vind ik. Siebrandi is erudiet en hij ontwikkelt zichzelf voortdurend, onder andere door te blijven werken aan zijn dissertatie. Siebrandi komt als personage daardoor nogal sympathiek op me over, afgezien van die affaire met Caroline tussen de regels door en tegen alle regels in. Eerlijk gezegd vind ik het ook best een beetje ongeloofwaardig, een fris en fruitig meisje uit de zesde klas met een crush voor haar bejaarde leraar, maar ik lees inderdaad hier en daar, dat ze elkaar kussen en dergelijke.

De jas van Siebelink

Arthur Siebelink houdt alle pagina’s de aandacht vast met sfeervolle beschrijvingen en een knap getimmerd verhaal, met hier en daar een humoristische twist. Misschien is het verhaal een uiting van een stille wens om, als het tijd is, snel en pijnloos door een vurige wagen te worden opgehaald – een enkeltje hemelreis. De jas die Siebelink ons zal achterlaten is zijn oeuvre, een veelkleurige jas die hij doorgeeft aan de zoon of dochter die deze op zijn of haar pad vindt.

Prima reet.