Litereet – Het dwaallicht

Onderweg, met een onvervuld verlangen… een literete tekst over Het Dwaallicht, van Willem Elsschot

Het Dwaallicht is een prachtig kort verhaal, waarvan je een aantal intrigerende filmscènes zou kunnen maken. Als ik zelf een film van Het Dwaallicht zou mogen maken, dan zou ik zeker kiezen voor de acteur Gijs Naber, in de rol van Frans Laarmans (zie eerste foto). Hij is namelijk een meester in serieuze, diepe, mysterieuze, melancholieke en sombere blikken – onmisbaar in dit verhaal! Maria van Dam zou dan worden gespeeld door Katja Herbers (zie tweede foto), omdat ik haar een geweldige actrice vind.

Ze speelt meestal grappige of gekke rollen, maar hier zou ze dan een raadselachtig wezen mogen neerzetten als figurante. De drie Afghanen zou ik laten vertolken door Ali B., Dwight Dissels en Nielson. Ze zijn niet Afghaans, maar ze zijn perfect geschikt voor de rol van de drie wijzen.                       

Het Dwaallicht (het boek en misschien wel mijn toekomstige film) gaat volgens mij over een onvervuld verlangen, Frans Laarmans zoekt namelijk steeds naar ene Maria, maar zij is – denk ik – een metafoor voor iets anders. Dit is de reden, waarom het verhaal van Willem Elsschot mij zo aanspreekt. Het leven zelf is ook een zoektocht. Mensen verlangen van alles en nog wat, dit kan te maken hebben met Liefde, Rijkdom, Geluk, Geloof, Gezondheid, Reizen en dat is waar – volgens mij – Maria van Dam voor staat, voor een onvervuld verlangen.

Ten eerste noem ik het thema van Het Dwaallicht. Waar gaat het nu om, wat is de boodschap van dit korte verhaal van Willem Elsschot? Ik denk, dat de schrijver ons een droevige boodschap vertelt. Hij laat zijn hoofdpersoon namelijk rond dwalen in een in een sfeer van melancholie. Het speelt zich af in de maand november, een donkere maand tussen herfst en winter in eigenlijk, super somber, vreselijk triest. Als ik de woorden van Elsschot lees, dan bedenk ik er direct een filmscène bij, met een ouderwetse lantaarnpaal in een stille straat en regendruppels die vallen in de avond en een intens verdrietige blik van de acteur, Gijs… Frans Laarmans. Dit boek van Elsschot heeft dus echt een boodschap aan de lezer: Mensen leven teveel in hun dromen en in hun onvervulde verlangens, Frans Laarmans zoekt teveel en vindt te weinig.

Ten tweede vraag ik je aandacht voor een aantal motieven in Het Dwaallicht, waarbij ik de nadruk wil leggen op het Drie Koningenmotief. Motieven zijn symbolische herhalingen, die benadrukken wat belangrijk is in een verhaal. In het boek van Elsschot zijn er verschillende symbolen te noemen. Maria, die ik zou laten spelen door Katja (zie tweede foto) is een symbool voor de Heilige Maria en ook voor de zuiverheid in ons hart. De drie Afghanen vormen een symbool voor de drie wijzen. Dat wordt heel letterlijk ook genoemd in het boekje: ‘Zo hebben de drie Koningen ook gelopen, heel lang geleden’…

De drie wijzen uit het oosten volgden de felle, bijzondere ster aan de hemel, die hen naar Jezus zou brengen. De drie Afghanen van Willem Elsschot vertegenwoordigen voor mij als lezer ook een gevoel van hoop, midden in een triest verhaal van iemand, die maar loopt te zoeken en niks vindt. In mijn film zouden Brace, Lil’ Kleine en Ali B. de drie wijzen kunnen spelen (zie de foto’s hierboven, in respectievelijke volgorde genoemd). Ali B. wordt ook wel Knuffel-Marokkaan genoemd, hij is de meest sympathieke vreemdeling die allang geen vreemdeling meer is, maar bijna familie als het ware. Elsschot heeft ‘vreemdelingenhaat’ aan de orde willen stellen met zijn drie Afghanen, dat zou ik op deze manier verfilmen, bij ‘vreemdelingen’ hoort niet een gevoel van wanhoop, maar van hoop, wat mij betreft.

Ten derde kan ik je nog een aantal zaken noemen, waarom Het Dwaallicht de moeite waard zou zijn om te verfilmen en waarom het een prima literair werk is. Het Dwaallicht laat de lezer nadenken over maatschappelijke vraagstukken, zoals eenzame mensen die zoeken naar een beter leven. Het Dwaallicht gaat niet over een stoere man die alles zeker weet en alle antwoorden heeft, maar juist over een kwetsbare man, die met zijn ziel onder zijn arm loopt te dwalen en zijn hoop vestigt op een droomvrouw, Maria van Dam.

Ten vierde laat ik de tekst als voorbeeld spreken voor je. Lees dit citaat eens: “Naar Maria informeert hij niet eens meer, zo zeker is hij er van dat hij en zijn vrienden het beloofde land niet zullen betreden. Hij krijgt zijn glas en doet een flinke teug als om haar definitief door te spoelen. En misschien is het beter zo, want nu rest mij van Maria tenminste de illusie, terwijl toch een droom, die werkelijkheid wordt, als water tussen de vingers vervloeit”. Prachtig toch!Elsschot formuleert gewoon erg mooie zinnen. Ik zie het voor me, dat Frans, dus Gijs in mijn film, zijn handen wast en dat hij somber blijft staren naar het water, dat tussen zijn vingers verdwijnt in het putje. Dit is een metafoor voor zijn droom, die hij een seconde even letterlijk over zijn handen voelt stromen, maar die even snel weer verdwijnt. Ali slaat een borrel achterover om het idee van Maria weg te spoelen. Dit is eigenlijk dezelfde metafoor, het vocht verdwijnt dan in het lichaam van één van de drie wijzen en geeft het gevoel van een slok sterk spul, zo van: ‘Kom op, we zoeken nog even verder’, als een soort aanmoediging.

Ten slotte, wat begon met een ellendige novemberavond eindigt in een anti-climax. Frans heeft de hele weg opgewonden lopen zoeken, maar nog steeds niks gevonden. Zijn opwinding verandert in berusting, hij accepteert, dat het geen spannende avond wordt en dat hij de nacht zonder Maria zal moeten doorbrengen. Aan het einde voelt het, alsof de Moslimwereld en de wereld van de Christenen één geheel zijn geworden, alsof alle zielen dezelfde soort zoektocht maken in hun levens. De drie wijzen vervolgen ook hun eigen weg. Frans is zijn verlangen te boven gekomen, maar hij is nog steeds onderweg, zo lang hij leeft en dat vind ik dan wel weer optimistisch. Lees dit boek, het zal je zeker niet vervelen en je hebt ’t zo uit.

Hoe zou ik het slot verfilmen, met Gijs en met Katja? Let op, zo zou het gaan: Frans Laarmans zou ik een mooie Antwerpse straat uit laten lopen, in een hippe lange regenjas, met een mooie serieuze blik. Maria zou ik achter een zwaar bordeauxrood gordijn vanaf de eerste verdieping achter een raam vol druppels in het maanlicht laten bellen, in een witte avondjurk, met de haren los, naar het mobieltje van Frans. Maria zou mysterieus glimlachen en Frans zou hoopvol zeggen:…

‘Hallo?’

Liefs, An.