S – SEH

Er was eens een ziekenhuis…

Snollen En Hoeren, brulde Ties naar een keurige, verschrikte dame, die ons voorbij snelde in een witte jas. Ik maakte een verontschuldigend gebaar. Ze ging op in de stroom van mensen in de ziekenhuisgang.  Een enkeling  grinnikte, om de uiteenlopende uitleg van de afkorting, die Ties ongeremd de ruimte in slingerde  – S.E.H. 

Ik stootte hem even aan, maar dat bleek juist zijn startsein. Sukkels En Halve zolen – Stront En Hond – Saté En Hachee –  Snert En Halve worst – Spuug Eerst Hier – Smerig Even Hijgen – Station En Half perron –  Sneltrein Even Halt… Snolll Echte Hoee…hij rochelde, de oude man dreigde buiten adem te raken.

Rustig… ik stootte hem nogmaals geïrriteerd aan. Houd je een beetje in, wil je! We zaten al uren te wachten in het provinciale ziekenhuis. Geïmproviseerde letters van wit plakband kleefden slordig op de glazen deur.

Die chirurg is echt een trut! Ze wil me niet helpen, wat een klerewijf, mopperde hij. Doe even normaal, siste ik, maar Ties ging door, uiterst verontwaardigd. Ze is al zeven keer langs gelopen, toch? Ze ziet wel, dat ik een gebroken poot heb, toch? Spekjes En Hutspot…daar heb ik zin in.

Zo. Waarmee kunnen wij u helpen, meneer? De chirurg. Haar vraag klonk als een terechtwijzing. Haar neus herkende waarschijnlijk de duidelijke damp van  CH3CH2CH2OH… Haar blik ging direct naar de pols van Ties, die zich realiseerde, dat mevrouw de dokter hem wel eens behoorlijk pijn zou kunnen gaan doen. 

Dag dokter, stamelde Ties. Hij stak zijn linkerarm naar voren, voor zover dat mogelijk was. Ziet u, ik heb al twee dagen een gebroken pootje. Jenever en paracetamolletjes helpen niet meer. Maar, ik zie dat u het druk heeft. We willen u niet lastig vallen…

De arts dirigeerde ons nors naar een paar stoelen, bij een kraakhelder, wit gordijn. Bruusk trok ze het dicht. Ze liet ons verbouwereerd achter en ik hoorde haar laarsjes direct triomfantelijk verder roffelen. Nu zitten we achter een gordijntje, vloekte Ties. Hij kreunde van de pijn. Ongelooflijk, dat hij zo lang had gewacht, mijn verwondering hield het midden tussen bewondering en ergernis. Daar zaten we dan inderdaad, achter een gordijntje. 

Wat betekenen die letters eigenlijk, fluisterde mijn vader. Zijn stem klonk ineens kinderlijk. Ik keek hem aan. Er sprak iets minder dan een minuutje echt onschuld uit zijn ogen. Pa, kom op… je weet dondersgoed waar je bent… Spoed Eisende Hulp! Dat meen je niet, proestte hij. We keken elkaar aan en diep vanbinnen borrelde een bulderlach, maar het gordijntje werd chagrijnig opengetrokken.

Daar stonden ze, de laarsjes. Ik gaf Ties een geruststellende knipoog. Een mens kan immers niet weten, wat het is om in andermans schoenen of laarsjes te staan… zeker niet op de SEH.