M – Muziekprogramma

Er was eens een blind date.

Nogal onwennig zaten ze tegenover elkaar, Rinus en Johanna. Ze hadden een date, voor het eerst. Ze hadden een beschutte plaats bij het raam in de hoek genomen, daar in het restaurantje aan de kust. Hij vroeg haar: en van welk soort muziek houd je? Rinus was best geïnteresseerd in zijn date, hij had al zo lang geen vrouw meer gehad. Hij was fanatiek blazer in de kopersectie van het muziekcorps uit het dorp. Bovendien was het een veilige vraag. Een goede starter. 

Gretig smakte Johanna haar stokbrood met knoflookboter tegen haar gehemelte. Rinus vond dat wel een klein beetje smerig. Nou, Rinus,  ik houd dus enorrum van muziek hoor, begon Johanna geestdriftig. Echt waar hoor. 

Je moet dit sausje eens even proberen, lekker hoor…  Maar weet je waar ik dus niet van houd, zo ging ze verder, dat zijn dansvloeren, die overvol zijn… mensen die zich uitsloven in avondlange marathons en zich stampend voortbewegen, met de ogen knipperend tegen felgekleurde zwaailichten, de muziek als een sirene. Die complete geluidsmuren, je weet wel, zei Johanna met volle mond. Dat elektronische ritme dat als een tsunami over ons heen davert, Rinus, van badabada …boemerdeboemerdeboemerde boem!! Enthousiast sloeg Johanna een paar flinke slokken witte wijn achterover.

Het is natuurlijk fijn hoor, als je je zorgen en al je frustraties lekker weg kunt dansen. En het is natuurlijk bijzonder sfeervol, maar niet heus dan hè, lachte Johanna keihard door het restaurantje. Ze hikte ervan. Mede door die rare lampen natuurlijk, zei Johanna, die om een of andere reden steeds aan en uitflitsen. En het is ook best wel intiem, die zwetende, springende, stampende, dansende lijven die aan elkaar lijken vast te zitten als een bewegende felgekleurde, fonkelende massa… 

Ze verslikte zich in haar soep en Rinus bood haar zijn servetje aan. Johanna moest er eventjes van boeren. Zo, pardon, neem me niet kwalijk, verontschuldigde zij zich en liet er nog een. Een behoorlijk harde. Rinus keek schichtig om zich heen. Hij zag geen bekenden van het dorp gelukkig.

Johanna viel een nieuw stuk brood aan en vervolgde haar monoloog.  Ja, dus errug leuk, die kortstondige liefdes enzo, waarbij ze elkaar lekker klef in de ogen kijken, want verstaan kunnen ze elkaar niet… en vervolgens zitten ze aan elkaars kont enzo, of nog erger, nou ja, prima hoor, maar dat hoeft dus niet voor mij.  Ze noemen dat twerken, zwaaien met je bibs, wist je dat? Ze nemen elkaar dan min of meer voor de nep, gewoon voor het zicht van iedereen op de dansvloer, snap je wel. Geluidloos knikte Rinus ontkennend, nee, hij had er geen idee van en eigenlijk wilde hij het ook niet weten. 

Johanna verloor zich opnieuw in een nieuwe hoestbui, omdat ze iets te snel at… En dan om het uur naar de wc, om te controleren of je er nog wel mooi of stoer genoeg uitziet… ik word al moe als ik eraan denk, zei ze, weer met volle mond. Elk diertje zijn pleziertje hoor. Elk beestje zijn eigen feestje. Mag ik nog een glas wijn? Of zullen we maar gewoon een fles nemen? Johanna zwaaide uitbundig naar de ober, die een enigszins ongeruste blik op Rinus wierp.

De een verliest zich in jazzmuziek, de ander kwijnt weg bij blues en een volgende zingt de ballen uit z’n broek met Bach.  Johanna bulderde weer van het lachen. Rinus kuchte. Johanna zuchtte voldaan… 

Misschien ben ik wel in de verkeerde eeuw geboren en vertel ik jou dit om me af te reageren, omdat er geen troubadour onder mijn raam staat, die een alba of een serena brengt. Oh… Rinus… zuchtte Johanna hartgrondig. Muziek is goed als het rechtstreeks naar je hart gaat, snap je, als het iets met je doet. Ze pakte Rinus hand, maar die trok hij in een reflex verschrikt terug, alsof hij zich brandde aan Johanna’s rode nagellak.

Daar schrik je een beetje van he… is niet nodig hoor, zo eng ben ik toch niet… Ze schudde haar imponerende borsten even terug in de houder en schikte haar vers gepermanente haren netjes achter de oren. Nou ja, als het dus iets met je doèt, Rinus, daar waren we gebleven weet je nog wel… Johanna verplaatste vervolgens haar stoel dicht bij de zijne. 

Haar voet zocht zijn been. Rinus kreeg het nu echt op zijn zenuwen. Weet je Rinus… als ik dan plotseling in zo’n donkere ruimte die donderende tsunami van klanken hoor aanzwellen als een kudde wandelende wasmachines – tsjigloem tsigloem, boem – boem – boem en iedereen om me heen begint steeds sneller en lomper te springen als een stelletje debielen, nou, dan word ik daar wel een beetje bang van, begrijp je, Rinus? Als ik daar aan denk, joh, dan durf ik mijn wasmachine thuis niet eens meer aan te zetten, zelfs niet op een rustig wasprogrammaatje…

Hmmm… Wat ruik je toch lekker, kerel… van wat voor muziek houd jij eigenlijk, Rinus ? Johanna had een diepe, angstaanjagende, lage stem. Ze kwam met haar mond vervaarlijk dichtbij Rinus’ pas geschoren, bange harses… Ze had een enorme kegel. Iets teveel witte wijn. 

Rinus nam een besluit. Luister eens, Johanna, stotterde hij, uiterst nerveus. Het kan niks worden tussen ons. Ik zal zo direct wel afrekenen, maar dan ga ik naar huis. Verbijsterd staarde ze hem aan. Haar wijnglas was omgevallen. Haar servetje viel op de grond. Duzzz… blies Johanna verbijsterd. Ze pulkte wat  etensrestjes van tussen haar tanden en gooide met een bozig gebaar een tandenstoker op Rinus’ bord. Dat meen je niet, Rinus! Waarom dan?! Vind je het niet gezellig? Johanna zag er werkelijk uit alsof ze dit niet zou pikken.

Rinus zijn hersenen centrifugeerden op volle toeren, met een temperatuur van misschien wel 60 graden en in paniek vond hij, net op tijd, het goede antwoord. Wel Johanna, ik heb geen televisie thuis, dus ik ga straks lekker een wasje draaien. Er is vast wel een interessant programma voor onderbroeken en sokken.

Rinus’ weg stappende voetstappen klonken plezierig en fier, als een nieuw gevonden, vastberaden ritme.