T – Tijdreiziger

Er was eens een tijdreiziger.

Vannacht was Daan op bezoek bij onze ouders, Ties en Wanda, toen die nog jong waren. Daan vertelde het me, toen ik hem onderweg naar huis tegenkwam.

Onze moeder is een aantal jaren geleden gestorven, maar toch zag hij haar ranke gestalte zitten op de bank, naast onze pa. Haar donkere lange haren waren nonchalant opgestoken en de rook van een sigaret omlijstte haar elegante verschijning.

Daan zag ook zichzelf, als anderhalf-jarige. Hij zat tevreden te spelen in een hoek van de kamer. Zijn vader had een volle baard. Hij zag eruit als een hipster. De kamer was retro, maar dan levensecht vorige eeuw. Ze waren in het huis van Opa en Oma, maar die zag hij niet. Waren die er niet, vroeg ik. Nee, blijkbaar niet, antwoordde Daan droogjes.

Mag ik jullie iets vragen, misschien klinkt het gek, had mijn broer gevraagd. Mijn vader keek hem vragend aan. In welk jaar zijn we nu? Ties keek op de kalender. Wanda antwoordde. Het is 1973 en dit weekend vieren we Oud & Nieuw.

Daan staarde naar de oranje stickers op een kastje, ze vertoonden nog geen spoor van slijtage en tegelijkertijd waren ze uit de tijd. Zijn blik gleed langs het patroon van het behang. Hij zag de gespikkelde jaren vijftig lampen, de asbak met draaiknop, het geknoopte vloerkleed en het scheepje met de naam van Oma. Hij herkende alles nog. Alles rook ook nog precies hetzelfde.

Kennen jullie mij nog? Ties en Wanda keken hem verbaasd aan. Hoezo, wie ben je dan? Daan wees naar de spelende dreumes in de hoek. Ik ben hem. Ik ben nu vijfenveertig jaar ouder. Jullie zijn ècht jong, zeg…

Herkenden ze jou dan niet, vroeg ik aan Daan, toen hij me dit merkwaardige voorval vertelde. Nee, pa en ma herkenden me niet. Gek hè… Ik heb nog wel mijn digitale fototoestel laten zien. Ik zag allerlei dingen, die er allang niet meer zijn. Ik heb nog wat gefilmd ook.

Daan stopte een usb in mijn handen. Kijk er thuis maar eens op je gemak naar, glimlachte hij. Hij knipperde even tegen de zon in en de wind deed wat herfstbladeren opwaaien. Het was een aangenaam warme najaarsdag. Dank je wel, zei ik en gaf mijn broer een zoen op zijn wang. Hij zwaaide nog even, daarna vervolgde hij zijn weg weer. Ik was intens blij!

Thuis ging ik meteen achter de pc, plugde de usb in en mijn hart roffelde nerveus en verwachtingsvol, toen ik Wanda haar sigaretje zag roken. Ze draaide zich om, deed een pluk haar achter haar oor, keek me indringend aan, vanuit het scherm van de computer en sprak: Zo, dat is lang geleden, zeg.